Zwemvaardigheidsopleidingen
Nieuwe diploma's voor zwemvaardigheid per januari 2005
Na het behalen van het ZWEM ABC is het logische vervolg de Zwemvaardigheids
diploma's 1, 2 en 3. De zwemvaardigheidslessen worden gegeven op woensdagmiddag
van 15.30-16.15 uur. Deze lessen sluiten perfect aan op het zwem ABC,
waarbij de borst- en rugcrawl verder worden uitgewerkt. Verder komt er
bij zwemvaardigheid 1 een nieuwe zwemslag bij nl. de vlindersalg en worden
alle andere vaardigheden van het C-diploma verzwaard. Er wordt drie maal
per jaar afgezwommen. De afzwemdata zijn omstreeks de kerst-, paas- en
zomervakanties. Een goede zwemmer kan dus in één schooljaar
alle drie de zwemvaardigheidsdiploma's behalen. Voor deze drie zwemdiploma's
leren en verbeteren wij diverse zwemslagen zoals : borst- en rugcrawl
en vlinderslag. Maar ook onderwaterzwemmen, bal zwemmen, ringen van de
bodem opduiken, wrikken en keerpunten komen aan de orde.
Zwemvaardigheid 1
Gekleed zwemmen
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met sprong naar keuze
(helemaal onder water gaan); na het boven komen aansluitend
al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een
drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven drijven (benen passief),
aansluitend
proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong, direct
gevolgd door (zonder boven te komen)
onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een
verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant
bevindt, na het bovenkomen aansluitend
50 meter enkelvoudige rugslag, 2 keer onderbroken door een koprol achterover,
50 meter schoolslag, 2 keer onderbroken door:
onder een vlot in de lengte (minimaal 1,5 meter) door zwemmen
vervolgens er op klimmen en aan de tegenoverliggende kant er af gaan
wederom onder het vlot door zwemmen
proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
Tweetallen. Deelnemer A ligt watertrappend in het water, deelnemer B trekt
deelnemer A vanaf de kant met behulp van een flexibeam of lesplankje naar
de kant.
In badkleding
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze,
onmiddellijk gevolgd door 150 meter schoolslag, waarbij minimaal 2 keer
een correct keerpunt wordt gemaakt (met beide handen aantikken, afzetten
met beide voeten, in borstligging).
Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd
door 25 meter samengestelde rugslag.
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong,
gevolgd door 25 meter borstcrawl. Starten in het water (handen aan stang,
bassinrand of startblok), met wedstrijdstart, gevolgd door 25 meter rugcrawl.
Starten in het water door afzet van de kant, gevolgd door 8 meter vlinderslag
(bij voorkeur dolfijnslag).
Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar
keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door
het maken van een hoekduik en daarna het aantikken van 3 pilonnen, die
op een onderlinge afstand van 2 meter minimaal 2 meter onder het wateroppervlak
zijn opgesteld.
In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen)
in de richting van het hoofd, proef afronden met een gehurkte draai (360°).
In het water, tweetallen, 4 x de bal werpen ( vangen hoeft niet, afstand
is minimaal 2 meter).
Starten in het water, 10 meter polocrawl zwemmen.
30 seconden ongelijkzijdig watertrappen.
NB. Het kledingpakket is gelijk aan het kledingpakket voor het zwemdiploma
B
van het zwem ABC:
badkleding
T-shirt, blouse of hemd met lange mouwen
lange broek (lange broeken die naadloos aansluiten op de huid zijn niet
toegestaan)
schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan; schoenen zonder
echte zool zijn niet toegestaan)
Zwemvaardigheid 2
Gekleed zwemmen
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong voorwaarts,
(helemaal onder water gaan); na het boven komen aansluitend
al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een
drijfmiddel maken en hiermee 1 minuut blijven drijven, aansluitend
proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong direct
gevolgd door (zonder boven te komen)
onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een
verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant
bevindt, waarna (zonder boven te komen) een pilon op 12 meter (van de
startkant) wordt aangetikt, na het bovenkomen aansluitend
50 meter enkelvoudige rugslag, 2 keer onderbroken door een koprol achterover,
50 meter schoolslag, waarbij 1 onderbroken door achtereenvolgens 2 keer
voorover en 2 keer achterover rollen,
deelnemer A en B zwemmen naar elkaar toe, deelnemer A legt de handen op
de schouders van deelnemer B en duwt deze even onder water terwijl hij/zij
er overheen zwemt. Deelnemer B zwemt onder deelnemer A door;
proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
Tweetallen. Deelnemer A ligt watertrappend in het water, deelnemer B springt
vanaf de kant met een hurksprong te water met een flexibeam of lesplankje
in de hand, pakt vervolgens de kant vast, strekt de flexibeam of lesplankje
uit naar deelnemer A en trekt deelnemer A naar de kant.
In badkleding
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze,
onmiddellijk gevolgd door 175 meter schoolslag, waarbij minimaal 2 keer
een correct keerpunt wordt gemaakt (met beide handen aantikken, afzetten
onder de waterspiegel met beide voeten, gevolgd door een hele cyclus (armbeweging
tot heupen, 1 beenslag) onder water).
Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd
door 50 meter samengestelde rugslag.
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong,
gevolgd door 50 meter borstcrawl (aantikken, keren en verder gaan).
Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), met
wedstrijdstart, gevolgd door 50 meter rugcrawl (aantikken, keren en afzetten
op de rug).
Starten in het water door afzet van de kant, gevolgd door 10 meter vlinderslag
(bij voorkeur dolfijnslag).
Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar
keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door
het maken van een hoekduik en daarna onder water door 2 staande hoepels
zwemmen die op een onderlinge afstand van 2 meter minimaal 1,5 meter onder
het wateroppervlak zijn opgesteld.
In het water, rugligging, handen bij de heupen, 5 meter wrikken (stuwen)
in de richting van de voeten, proef afronden met een gehurkte draai (360°)
rechtsom, uitstrekken en aansluitend een draai (360°) linksom.
In het water, tweetallen, 4 x de bal werpen (vangen hoeft niet, afstand
is minimaal 4 meter).
Starten in het water, 10 meter zwemmen met de bal met de polocrawl.
30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, op signaal 3 keer omhoog komen.
NB.
Het kledingpakket is gelijk aan het kledingpakket voor het zwemdiploma
B
van het zwem ABC:
o badkleding
o T-shirt, blouse of hemd met lange mouwen
o lange broek (lange broeken die naadloos aansluiten op de huid zijn niet
toegestaan)
o schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan; schoenen
zonder echte zool zijn niet toegestaan)
Zwemvaardigheid 3
Gekleed zwemmen
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong voorwaarts,
(helemaal onder water gaan); na het boven komen aansluitend
al watertrappend, van een (meegenomen of toegeworpen) plastic zak een
drijfmiddel maken en hiermee 30 seconden blijven drijven, daarna onder
water gaan, de plastic zak legen, weer boven komen en opnieuw met lucht
vullen en 30 seconden drijven,
proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een kopsprong direct
gevolgd door (zonder boven te komen)
onder water oriënteren en onder water zwemmen door een gat in een
verticaal in het water hangend zeil dat zich op 9 meter van de (start-)kant
bevindt, waarna (zonder boven te komen) een pilon op 15 meter (van de
startkant) wordt aangetikt, na het bovenkomen aansluitend
50 meter enkelvoudige rugslag,
50 meter schoolslag, onderbroken door:
een hoekduik, onder water door een poortje heen, een halve draai om de
Iengte-as maken naar rugligging en zo boven komen,
proef afronden met zelfstandig uit het water op de kant klimmen.
Tweetallen. Deelnemer A ligt watertrappend in het water, minimaal 10 meter
vanaf de kant. Deelnemer B springt met een hurksprong vanaf de kant te
water met een flexibeam of lesplankje in de hand, strekt de flexibeam
of lesplankje uit naar deelnemer A en trekt deelnemer A 10 meter in rugligging
naar de kant.
In badkleding
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een sprong naar keuze,
onmiddellijk gevolgd door 200 meter schoolslag, waarbij minimaal 3 keer
een correct keerpunt wordt gemaakt (met beide handen aantikken, afzetten
onder de waterspiegel met beide voeten, gevolgd door een hele cyclus (armbeweging
tot heupen, 1 beenslag) onder water).
Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), gevolgd
door 75 meter samengestelde rugslag.
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong,
gevolgd door 75 meter borstcrawl, waarbij minimaal 1 tuimelkeerpunt wordt
gemaakt (voorover tuimelen en afzetten in borst- of in zijligging).
Starten in het water (handen aan stang, bassinrand of startblok), met
wedstrijdstart, gevolgd door 75 meter rugcrawl, waarbij minimaal 1 keerpunt
wordt gemaakt (op borst draaien, voorover tuimelen en (onder water) aftellen
in rugligging).
Te water gaan van de bassinrand of een startblok met een startsprong,
gevolgd door 15 meter vlinderslag (bij voorkeur dolfijnslag).
Te water gaan van de bassinrand of een startblok, met een sprong naar
keuze, een aantal slagen schoolslag zwemmen, onmiddellijk gevolgd door
het maken van een hoekduik en daarna onder water een hoepel van de bodem
optillen (deze bevindt zich horizontaal op de bodem, minimaal 2 meter
diep), er doorheen gaan (uitvoering vrij) en vervolgens weer boven komen.
In het water, rugligging, handen bij de heupen. 5 meter wrikken (stuwen)
in de richting van het hoofd, aansluitend een gehurkte draai (koprol)
achterover.
Starten in het water, 10 meter zwemmen met de bal met de polocrawl, met
z'n tweeën naast elkaar, de bal twee keer naar elkaar overspelen.
30 Seconden ongelijkzijdig watertrappen, waarbij de bal minimaal 3 keer
wordt overgegeven van de ene naar de andere hand, ruim boven het wateroppervlak
NB.
Het kledingpakket is gelijk aan het kledingpakket voor het zwemdiploma
B
van het zwem ABC:
o badkleding
o T-shirt, blouse of hemd met lange mouwen
o lange broek (lange broeken die naadloos aansluiten op de huid zijn niet
toegestaan)
o schoenen (plastic, leren en sportschoenen zijn toegestaan; schoenen
zonder echte zool zijn niet toegestaan)
>>>>>>>>>data
diplomazwemmen zwemvaardigheidsopleidingen
>>>>> terug
naar zwemlessen kinderen
|